Zorg en belastingen: Welke zorgkosten zijn niet aftrekbaar?

Portret van Redactie SZNL, Redactie
Redactie SZNL
Redactie
Wetgeving, WMO & Financiering · 2026-02-15 · 8 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Je staat bij de apotheek en rekent af: €47,50 voor een tube traanogen en een paar elastische verbanden. Je betaalt netjes.

Thuis kijk je naar je zorgkostenoverzicht en denkt: "Dit trek ik toch af van de belasting?" Helaas. De Belastingdienst is een keurige, soms onverbiddelijke instantie.

Zij maken een scherp onderscheid tussen zorg die je declareert via je zorgverzekeraar en zorg die je zelf in de winkel koopt. Niet alles wat je aan zorg uitgeeft, mag je zomaar aftrekken. Dat is soms flink balen, vooral als je net een dure rollator of speciale matras hebt gekocht. Laten we even rustig de tijd nemen om te kijken wat wel en niet mag, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

De blinde vlek: wat je zélf betaalt, telt vaak niet

De Belastingdienst kijkt naar je 'onvermijdelijke' zorgkosten. Dat zijn kosten die je maakt omdat je ziek bent of een beperking hebt. Klinkt logisch, toch?

Maar de praktijk is weerbarstig. Koop je een simpele wandelstok bij de HEMA voor €15? Of een douchekrukje bij de drogist voor €25? Dan mag je dat helaas niet aftrekken.

De Belastingdienst wil bonnetjes zien van officiële zorgleveranciers of medische bedrijven. Een kassabon van de supermarkt of drogist voldoet niet.

Zelfs als je het echt nodig hebt voor je mobiliteit, telt het niet mee voor de belastingaangifte.

Ditzelfde geldt voor veel kleine hulpmiddelen. Denk aan speciale sokken die makkelijk aantrekken (de zogenaamde aantrekhulp), een nagelschaar met een dik handvat of een pillendoosje. Het zijn uitkomsten die je leven makkelijker maken, maar voor de fiscus zijn het vaak 'gemaksartikelen'.

De valkuil van de 'niet-voorgeschreven' zorg

Je betaalt ze contant of via een pinbonnetje en stopt ze in je la. Ze tellen niet mee voor het eigen risico en niet voor de zorgkostenaftrek.

Je betaalt ze dus volledig zelf, zonder enige fiscale tegemoetkoming. Een andere valkuil is zorg die je weliswaar bij een specialistisch bedrijf koopt, maar die niet door een arts is voorgeschreven. Stel, je hebt last van artrose in je handen.

Je koopt online een speciale therapeutische handpalmbrace van het merk Push Med voor €45.

Omdat je hem zelf online bestelt en er geen doktersrekening aan te pas komt, mag je hem niet aftrekken. De Belastingdienst eist een doorverwijzing of een behandelplan.

Zonder die officiële papieren is het voor de Belastingdienst 'particuliere aanschaf'. Hetzelfde geldt voor therapeutische schoenen.

Als je orthopedisch schoenmaker speciale schoenen maakt op recept, dan is dat aftrekbaar. Koop je echter een 'comfort-schoen' bij een schoenenzaak die toevallig goed zit, maar niet als medisch hulpmiddel is bestempeld? Dan is het een dure, maar onaftrekbare schoen. Dit onderscheid is cruciaal. Het scheelt je soms honderden euros per jaar.

De kosten die wél meetellen (en hoeveel dat scheelt)

Gelukkig is er goed nieuws. De zorg die je declareert via je zorgverzekeraar telt wel degelijk mee.

Denk aan je eigen risico (minimaal €385 per jaar), je eigen bijdrage voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) of PGB, en kosten voor de thuiszorg. Als je een WMO-indicatie hebt voor bijvoorbeeld 4 uur hulp in de week, betaal je daar een eigen bijdrage over. Die eigen bijdrage mag je aftrekken.

Ook de kosten voor een scootmobiel die je via de WMO least, tellen mee. Je betaalt dan een bedrag per maand, bijvoorbeeld €25 tot €60, en dat mag je opgeven.

Laten we een voorbeeldrekening maken. Stel, je bent 75+ en hebt thuiszorg nodig; bekijk dan ook eens de aftrekposten voor de inkomstenbelasting bij ouderenzorg.

De grijze zone: hulpmiddelen in de huishouding

Je betaalt het verplichte eigen risico van €385. Daarnaast betaal je €15 eigen bijdrage per maand voor de WMO-hulp (dus €180 per jaar). Je koopt ook een dure lichttherapie lamp (SAD-lamp) bij een medische groothandel voor €220 op advies van de huisarts. De totaal aftrekbare zorgkosten zijn dan: €385 (risico) + €180 (WMO) + €220 (lamp) = €785.

Als je in de 40% belastingschijf valt, krijg je dus €314 terug. Dat is een leuk bedrag!

Er zijn altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. Soms mag je iets aftrekken wat je in de winkel koopt, als het maar specifiek medisch is. Neem een aangepaste douchekop die je makkelijk vasthoudt bij artritis.

Als je deze koopt bij een hulpmiddelenspecialist en er staat op de factuur dat het om een medisch hulpmiddel gaat, mag het soms wél.

Of een speciale stoelverhoger voor het toilet. Koop je deze bij een sanitaire groothandel als een 'toiletverhoger voor mindervaliden', dan zit je goed. Koop je een simpel kussen bij de Xenos?

Prijsoverzicht: Budget vs Premium voor mobiliteit

Dan ben je het geld kwijt. Het is soms een wirwar van regels.

Vooral rondom 'verpleegartikelen' zoals incontinentiemateriaal. Die kun je vaak vergoed krijgen via de zorgverzekering, mits je een verwijsbrief van de huisarts hebt. Zonder die brief koop je het bij de drogist en ben je het volle pond kwijt.

Het is dus zaak om altijd te vragen: "Kan ik dit op recept krijgen?" of "Is dit een vergoedingsproduct?". Alleen dan bouw je een stapel bonnen op die de Belastingdienst accepteert.

  • Budget (niet aftrekbaar): Een lichte aluminium rollator van de Blokker of HEMA. Prijs: €75 - €120. Je betaalt dit zelf. Na 2 jaar slijtage is deze vaak versleten. Totaal kosten: €120.
  • Midden (deels aftrekbaar): Een stevige rollator van een thuiszorgwinkel, bijvoorbeeld een Noppie of Drive Medical. Prijs: €200 - €350. Als je hem op recept koopt, mag je de BTW (21%) en het eigen aandeel aftrekken. Je betaalt dan dus €350 - (aftrek). Als je hem least via de WMO, betaal je €30 per maand.
  • Premium (aftrekbaar): Een ergonomische, inklapbare rollator met extra comfort (bijv. een Topro). Prijs: €500 - €800. Dit is een medisch hulpmiddel. Je kunt vaak de BTW terugvragen en de kosten aftrekken. Let op: de aanschafprijs is hoog, maar de fiscale besparing is ook hoog.

Om je een idee te geven hoeveel het scheelt om voor aftrekbare opties te gaan, kijken we naar een basisbehoefte: mobiliteit.

Stel, je hebt een rollator nodig. We vergelijken een simpele winkel-aankoop met een medisch goedgekeurde variant. De 'Total Cost of Ownership' (TCO) over 3 jaar ziet er dus heel anders uit. De budget-koper betaalt €120 en is klaar.

De premium-koper betaalt €800, maar als je 40% belasting teruggaat over de medische kostenpost, hou je er €320 aan over. Bovendien gaat de dure rollator vaak 10 jaar mee in plaats van 2. De goedkoopste optie is op lange termijn dus vaak de duurste.

Hoe je slimmer omgaat met je zorguitgaven

Het doel is natuurlijk om je zorg zo goed en goedkoop mogelijk te regelen, zonder dat je onnodig veel betaalt. Er zijn een paar simpele trucs die je direct kunt toepassen. Ten eerste: vraag altijd om een factuur in plaats van een kassabon.

Als je een hulpmiddel koopt, vraag dan aan de verkoper: "Kan dit op factuur met btw-vermelding?" Als het bedrijf ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel als zorgleverancier, is dat vaak mogelijk.

Die factuur is je goudmijn bij de belastingaangifte. Ten tweede: stap niet te snel over op eigen aankoop.

Loop eerst langs het WMO-loket van je gemeente of vraag je huisarts om advies. Veel hulpmiddelen die je zelf wilt kopen, worden ook vergoed. Een sta-op stoel is duur (€800+), maar via de WMO kun je hem soms in bruikleen krijgen.

De checklist voor je belastingaangifte

Je betaalt dan een lage eigen bijdrage. Wist je dat er voor zorgkosten en hulpmiddelen belastingaftrek mogelijk is?

Zo heb je de stoel voor weinig geld en fiscaal voordeel. Voordat je de aangifte invult, is het handig om even een checklist af te lopen. Zorg dat je alle papieren bij de hand hebt. Stop ze in een mapje, bijvoorbeeld met de naam 'Zorg 2023'.

  1. Zorgverzekeringspremie: Het totaalbedrag dat je zelf betaalt (inclusief de collectiviteitskorting die je al krijgt).
  2. Eigen risico: Het bedrag dat je hebt betaald aan het verplicht eigen risico.
  3. Eigen bijdrage WMO/PGB: De acceptgiro's van je gemeente of het SVB.
  4. Nota's van niet-vergoede zorg: Rekeningen van fysiotherapeut, tandarts of hulpmiddelen (mits ze voldoen aan de eisen).
  5. Betaalde BTW over medische hulpmiddelen: Als je een factuur hebt met BTW, noteer het bedrag.

Dit scheelt een hoop gestress op de laatste dag. De Belastingdienst rekent met een drempelbedrag.

Alles boven een bepaald percentage van je inkomen mag je aftrekken. Voor 2024 is die drempel ongeveer 1,5% van je verzamelinkomen.

Een concrete bespaartip: de collectieve inkoop

Pas als je zorgkosten hoger zijn dan dat bedrag, krijg je geld terug. Voor lage inkomens is deze drempel vaak al snel bereikt. Een tip die niet iedereen kent: kijk of een seniorenkorting op de zorgverzekering voor jou nog mogelijk is, of sluit je aan bij een patiëntenvereniging.

Vaak hebben zij speciale regelingen voor hulpmiddelen. Zo kun je via de ANBO of KBO soms met korting een scootmobiel of rollator kopen bij geselecteerde leveranciers. Dit scheelt direct in de aanschafprijs.

Daarnaast is het slim om je zorgkosten te spreiden. Als je weet dat je volgend jaar een dure bril of kunstgebit nodig hebt, probeer dan kosten voor dit jaar en volgend jaar te combineren.

Soms helpt het om net over de grens van het drempelbedrag te komen. Overleg met je zorgverlener of je een voorschot kunt betalen of facturen kunt samenvoegen. Zo haal je eruit wat erin zit, zonder dat je de Belastingdienst een euro te veel cadeau doet.

Portret van Redactie SZNL, Redactie
Over Redactie SZNL

Expert content over seniorenzorg ouderenzorg thuiszorg hulpmiddelen

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Wetgeving, WMO & Financiering
Ga naar overzicht →