De invloed van de woningwaarde op de WMO-verstrekkingen
Een eigen huis geeft een fijn gevoel van veiligheid. Toch kan het zorgen voor vragen als je ouder wordt en zorg nodig hebt.
Moet je straks een hoge eigen bijdrage betalen voor thuiszorg of een nieuw traplift? Veel senioren maken zich hier zorgen over. Goed om te weten: de regels zijn lang niet altijd zo streng als je denkt.
Het is vooral belangrijk om het verschil te weten tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz).
Want jouw woningwaarde speelt op een heel andere manier een rol bij beide regelingen.
De invloed van de eigenwoning op de eigen bijdrage
Het is een hardnekkig gerucht, maar het klopt gewoon niet: de waarde van je eigen huis telt niet mee voor de eigen bijdrage van de Wmo. Helemaal niets.
Of je nu in een rijtjeshuis van twee ton woont of in een vrijstaande villa van zeven ton, voor de Wmo-bijdrage maakt het geen verschil. Dat is een enorme opluchting voor veel mensen. De Wmo-regeling is er om zelfstandig wonen mogelijk te maken.
Denk aan hulp in het huishouden, een scootmobiel of een traplift. De gemeente kijkt voor de eigen bijdrage alleen naar je inkomen.
Vermogen, zoals je spaargeld of de overwaarde van je huis, speelt geen rol.
Anders wordt het als je te maken krijgt met de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze wet dekt zwaardere, intensieve zorg, zoals 24-uurszorg in een verpleeghuis. Hier kijkt het CAK (Centraal Administratiekantoor) wel naar je vermogen. Je woning zit dan in de 'eigen bijdrage-berekening'.
Toch is het vaak minder erg dan het klinkt. De Wlz-berekening kijkt naar je inkomen en vermogen van twee jaar geleden.
Wanneer heeft de eigenwoning een invloed op de eigen bijdrage?
Dat geeft je de tijd om zaken te regelen. Alleen voor de Wlz-bijdrage telt je woningwaarde mee. En zelfs dan is het vaak een kwestie van slim plannen.
Stel, je besluit je huis te verkopen omdat je naar een verpleeghuis gaat.
De opbrengst van die verkoop telt vanaf het volgende kalenderjaar als vermogen in box 3. Dat betekent: verkoop je huis in mei 2024? Dan telt de opbrengst vanaf 1 januari 2025 mee voor je Wlz-bijdrage.
Je hebt dus bijna een heel jaar de tijd. Wat als je huis nog te koop staat?
Dan is er een speciale regeling. Een woning die te koop staat, mag maximaal 6 jaar in box 1 (eigen woning) blijven. De eerste 2 jaar is dat standaard.
Daarna mag je 3 jaar extra aanvragen, en nog een keer 1 jaar. In die periode telt de woning dus niet als 'vermogen' voor de Wlz-bijdrage. Dit geeft je de ruimte om zonder tijdsdruk een goede koper te vinden.
Voorzieningen aan en rond de woning – vergoedingen
Veel ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dat gaat vaak net niet zonder hulpmiddelen.
Denk aan een douchezitje, een aangepaste keuken of een traplift. Via de Wmo kun je hiervoor een vergoeding aanvragen bij je gemeente.
De gemeente beoordeelt of de voorziening écht nodig is om zelfstandig te kunnen blijven functioneren. Dit valt onder 'prestatieveld 6' van de Wmo: voorzieningen voor zelfstandig functioneren en deelname aan het maatschappelijk verkeer. De kosten van deze voorzieningen kunnen flink oplopen. Een simpele wandbeugel kost misschien niets, maar een traplift is een serieuze investering.
Prijzen voor een traplift variëren enorm, vanaf ongeveer €1.500 voor een simpele rechte trap tot wel €5.000 of meer voor een complexe wenteltrap.
WMO Verhuiskostenvergoeding
De gemeente kan deze kosten geheel of gedeeltelijk vergoeden. Soms is het een lening (het 'Wmo-krediet'), soms een eenmalige vergoeding. De exacte regels verschillen per gemeente.
Er komt een moment dat het huis echt niet meer past. De trappen worden te steil, de tuin te groot of de woning is niet rolstoeltoegankelijk.
Een verhuizing is dan noodzakelijk. In sommige gevallen kan de gemeente een verhuiskostenvergoeding geven.
Dit is niet zomaar een verhuisbudget. De verhuizing moet medisch noodzakelijk zijn. Je moet kunnen aantonen dat je door je lichamelijke beperkingen niet langer in je huidige woning kunt blijven, ook na het aanbrengen van aanpassingen.
De vergoeding dekt de daadwerkelijke kosten. Denk aan de kosten voor een verhuisbedrijf, het inhuren van een lift, of het opnieuw inrichten van de nieuwe woning (zoals het plaatsen van rails voor een traplift).
Aanvragen van de vergoeding in Amsterdam
De hoogte van de vergoeding is dus maatwerk. De gemeente bekijkt jouw situatie en de offertes die je aanlevert.
Het is dus geen standaardbedrag. Elke gemeente heeft zijn eigen loket.
Als voorbeeld: in Amsterdam loopt de aanvraag voor een Wmo-voorziening via het Wmo-loket. Je kunt daar terecht voor vragen over hulp in huis, woningaanpassingen en verhuiskostenvergoedingen. De gemeente start met een keukentafelgesprek om je situatie te bespreken. Bereid dit gesprek goed voor.
Neem een lijstje met je huidige problemen en wat je zelf al hebt geprobeerd.
Voor specifieke vragen over wonen en huren in Amsterdam is er ook !WOON. Deze organisatie geeft onafhankelijk advies over wonen, huur en woningaanpassingen. Ze kunnen je helpen bij het regelen van zaken.
De Wmo Helpdesk is er voor algemene vragen over de Wet maatschappelijke ondersteuning. Bel ze op 0800 0643. Voor vragen over je rechten als huurder of het aanvragen van een vergoeding via je verhuurder kun je !WOON bellen op 020 5230 130. Heb je daarnaast hulp nodig bij klachten over de zorgverzekeraar? Dan staat de ombudsman voor je klaar.
Praktische tips voor je eigen bijdrage en vergoedingen
Het is slim om vooruit te denken. De regels zijn complex, maar met de juiste aanpak kun je veel financiële stress voorkomen.
Zorg dat je je administratie op orde hebt en weet bij wie je moet zijn. Een goed plan helpt je om zo lang mogelijk comfortabel en zelfstandig thuis te blijven wonen.
- Vraag een verhuiskostenvergoeding altijd aan vóór je de huur opzegt of je huis verkoopt. De gemeente moet de noodzaak eerst vaststellen. Als je al bent verhuisd, is de kans op een vergoeding nihil.
- Plan de verkoop van je woning slim. Als je weet dat je binnenkort een Wlz-indicatie krijgt, wacht dan met de verkoop tot na 1 januari. Zo duurt het een jaar langer voordat de opbrengst meetelt voor je eigen bijdrage.
- Check de beleidsregels van je eigen gemeente. Elke gemeente mag eigen regels maken voor de Wmo. De ene gemeente vergoedt een traplift sneller dan de ander. Of heeft andere regels voor de eigen bijdrage. Je hoeft het niet te raden; je kunt deze regels opvragen of online vinden.
- Houd een speciale map bij met al je medische papieren. Een verklaring van je huisarts of specialist is vaak nodig om aan te tonen dat een voorziening of verhuizing medisch noodzakelijk is.
- Gebruik de Wmo Helpdesk. Weet je niet waar je moet beginnen? Bel 0800 0643. Dit is een gratis nummer. Ze kunnen je vertellen welke stappen je moet zetten en welk formulier je nodig hebt.
Samengevat: wat betekent dit voor jou?
De kern van de zaak is simpel: je woningwaarde is geen belemmering voor de meeste Wmo-voorzieningen.
Voor de Wmo-bijdrage telt je huis helemaal niet mee. Alleen voor de zwaardere Wlz-zorg speelt je vermogen een rol, en dan is er vaak nog genoeg ruimte om je zaken financieel gunstig te regelen. Het gaat erom dat je weet welke zorgprofielen in de Wlz voor jou gelden en wat de uitzonderingen zijn.
Twijfel je of je in aanmerking komt voor een vergoeding of wat een redelijke eigen bijdrage is? Schroom niet om hulp te vragen.
Naast de gemeente en het CAK zijn er lokale organisaties die je kunnen bijstaan.
Denk aan de ouderenbond of een onafhankelijke cliëntondersteuner. Zij weten precies hoe de vork in de steel zit en kunnen je ook adviseren over de rol van de bewindvoerder bij zorgkosten.
