Wat is het verschil tussen de WMO en de WLZ?
Stel je voor: je moeder van 78 is net gevallen en kan de trap in huis niet meer goed op. Jij maakt je zorgen en vraagt je af: wie gaat dit betalen?
Moet je een eigen bijdrage leveren? Komt de gemeente tussen of is het iets voor de zorgverzekering? Dit soort vragen spelen bij veel senioren en hun families.
De verwarring tussen de Wmo en de Wlz is enorm. Ze klinken hetzelfde, maar zijn dat absoluut niet.
In dit artikel helpen we je met een simpele uitleg, zodat je precies weet welke regeling voor welke situatie geldt. Zodat je weet waar je recht op hebt.
De Wmo: je zelfredzaamheid op peil houden
De Wmo staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze wet is van de gemeente. De kernvraag van de Wmo is: kun je nog zelfstandig thuis wonen, ondanks een beperking?
Het doel is om jou zo lang mogelijk thuis te laten wonen, met hulp van de gemeente.
Denk aan praktische oplossingen die je dagelijks leven makkelijker maken. Dit is niet voor zwaar zieke mensen die 24/7 zorg nodig hebben.
Nee, het is voor ouderen die net wat extra steun nodig hebben om zelfstandig te blijven. Wat voor hulp kun je dan krijgen via de Wmo? Er zijn een paar bekende voorbeelden.
Een klassieker is de drempelhulp of een traplift. Als je moeder die trap niet meer opkomt, kan de gemeente een vergoeding geven voor het plaatsen van een traplift.
Andere veelvoorkomende hulpmiddelen zijn een douchestoel, een aangepaste toiletverhoger of een speciale tillift voor in de badkamer. Ook praktische hulp valt hieronder, zoals hulp in het huishouden. Je kunt hierbij denken aan een schoonmaakster die 1x per week komt voor €25 per uur, of iemand die helpt met koken of boodschappen doen. De gemeente regelt dit via een Wmo-consulent.
Hoe werkt het in de praktijk? Je meldt je bij het Wmo-loket van je gemeente.
Daarna volgt een keukentafelgesprek. Een medewerker van de gemeente komt bij je thuis en bespreekt wat er aan de hand is.
Samen kijken jullie wat je nog zelf kunt en waar je hulp bij nodig hebt. Dit noemen ze de 'eigen kracht'. Pas als dat niet lukt, schakelen ze hulp in.
Soms moet je een eigen bijdrage betalen. In 2024 is de maximale eigen bijdrage voor Wmo ongeveer €19 per maand, ongeacht hoeveel hulp je krijgt. Dit bedrag wordt vastgesteld door het CAK.
De Wlz: intensieve zorg als het echt nodig is
De Wlz staat voor Wet langdurige zorg. Deze wet is voor mensen die de hele dag zorg nodig hebben, omdat ze ernstig beperkt zijn.
Dit is echt anders dan de Wmo. De verschil tussen Wmo en Wlz bij hulpmiddelen is belangrijk om te weten. De Wmo draait om zelfredzaamheid, de Wlz draait om 24-uurszorg of intensieve begeleiding. Je komt in aanmerking voor Wlz als je door een lichamelijke of geestelijke aandoening structureel zorg nodig hebt.
Je moet hiervoor eerst worden gekeurd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Wat voor zorg krijg je dan? Dit is veelomvattender. Denk aan volledig verzorgde verpleging, of begeleiding die de hele dag kan worden ingezet. Veel senioren die Wlz-zorg krijgen, wonen in een verpleeghuis.
De kosten voor een kamer in een verpleeghuis (met zorg) liggen in 2024 rond de €800 - €1200 per maand voor de kamer en maaltijden, exclusief de eigen bijdrage voor de zorg zelf. Daarnaast is er een eigen bijdrage die je betaalt voor de zorg.
Die kan oplopen tot een maximum van €1.113 per maand (in 2024), maar hangt af van je inkomen en vermogen.
Een zorgverzekering dekt dit nooit; dit is echt aparte financiering. Een specifieke vorm van Wlz is de Pgb (persoonsgebonden budget). Hiermee mag je zelf je zorg inkopen. Je krijgt dan een budget vanuit de Wlz en je kunt daarmee een familielid betalen of een particuliere zorgverlener inhuren.
Bijvoorbeeld om iemand 4 uur per dag te laten helpen met douchen, aankleden en medicijnen. De tarieven voor particuliere zorg liggen vaak tussen de €25 en €45 per uur. Zo kun je soms de zorg regelen zoals jij dat wilt, mits het binnen het budget past en de kwaliteit goed is.
Het grote verschil: een praktisch overzicht
Het grootste verschil zit 'm in de ernst van de situatie. Wmo is voor ondersteuning zodat je thuis kunt blijven wonen.
Wlz is voor langdurige, intensieve zorg. Stel: je vader heeft last van beginnende dementie. Hij vergeet af en toe de deur op slot te doen en kan niet meer koken.
Dan is de Wmo aan de orde. De gemeente kan dan een scootmobiel vergoeden (vanaf €1.500 tot €4.000), een vergoeding voor een aangepaste fiets regelen, of een GPS-tracker voor veiligheid buiten.
Ook kan er hulp in de huishouding worden geregeld. Als de dementie echter zo ver is dat hij constant toezicht nodig heeft, niet meer zelf kan eten en verward is, dan kom je in de Wlz-sfeer. Dan is een verpleeghuis vaak de enige optie.
De indicatie voor Wlz is strenger. Je moet echt aantonen dat je 24/7 zorg of toezicht nodig hebt.
De Wmo is er voor iedereen die een steuntje in de rug nodig heeft; de Wlz is er voor de zwaarste gevallen.
Het is dus een trapje oplopend: Wmo voor lichte hulp, Wlz voor zware zorg. De financiering loopt ook via totaal verschillende instanties. De Wmo wordt betaald door de gemeente. De Wlz wordt betaald door het Zorginstituut Nederland (ZIN).
Daarom zie je op rekeningen ook andere logo's staan. Een handige truc: vraag altijd om een 'Pgb' of 'zorg in natura' als je met een zorgverlener praat.
Bij Wmo is dat 'hulp in natura' (de gemeente regelt het) of een Wmo-pgb (als je zelf iemand wilt betalen). Bij Wlz is het Wlz-pgb of zorg in natura (het verpleeghuis regelt het). De eigen bijdrage bij Wlz is vaak een stuk hoger dan die €19 per maand bij Wmo, dus let daar goed op, zeker als u ook een drempelhulp vergoeding aanvraagt.
Praktische tips voor jou en je naaste
- Start altijd bij de gemeente. Bel het Wmo-loket van je gemeente. Zij zijn de poortwachters. Zij kunnen je vaak al vertellen of je bij de Wmo of Wlz moet zijn. Vraag meteen om een afspraak voor een keukentafelgesprek.
- Houd een zorgdossier bij. Schrijf op wat er misgaat. Hoe vaak valt je moeder? Hoe vaak vergeet ze medicijnen? Welke hulpmiddelen heeft ze al? Neem deze lijst mee naar het gesprek. Concrete voorbeelden helpen enorm.
- Vraag naar het Pgb. Vind je de zorg van de gemeente of het verpleeghuis niet fijn? Vraag dan of je een persoonsgebonden budget kunt krijgen. Dit geeft je meer vrijheid. Let op: je bent dan zelf werkgever van je zorgverlener.
- Check de eigen bijdrage. Gebruik de rekenhulp op de website van het CAK. Voer in wat je inkomen is en welke zorg je denkt nodig te hebben. Zo kom je niet voor verrassingen te staan. Een eigen bijdrage van €100 per maand kan ineens €600 worden bij Wlz.
- Schakel hulp in. Vraag een familielid of een onafhankelijke cliëntondersteuner (die is gratis) om mee te gaan naar het gesprek. Het is spannend en je wilt niets vergeten. Twee horen meer dan één.
Wmo is er om te helpen thuis te blijven. Wlz is er als het thuis echt niet meer gaat.
De verwarring is makkelijk te verklaren: beide wetten regelen zorg voor ouderen.
Maar ze zijn er voor fases in je leven. De Wmo is je buurman die helpt met de zware boodschappentas. De Wlz is de verpleegkundige die je helpt met alles, dag en nacht.
Weet je het na het lezen nog steeds niet zeker? Doe niet moeilijk en bel gewoon.
De Wmo-consulent van je gemeente is er om je te helpen, niet om je te weren.
Zij zoeken met je uit wat er nodig is. En onthoud: vragen om hulp is geen zwakte, het is slim.
