De invloed van uw vermogen op de eigen bijdrage in de zorg

Portret van Redactie SZNL, Redactie
Redactie SZNL
Redactie
Wetgeving, WMO & Financiering · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je krijgt eindelijk de zorg die je nodig hebt.

Misschien een paar uur per week hulp in huis of een handig hulpmiddel zoals een douchestoel. Fijn, denk je. Maar dan komt er opeens een brief van het CAK met een rekening. Wat?! Je dacht dat de Wmo alles regelde.

Dit is precies het moment waarop veel senioren in de stress schieten. Het gevoel krijgen dat je iets krijgt, maar er achteraf toch flink voor moet betalen.

Het roept vragen op: waarom ik? Hoeveel gaat dit kosten?

En wat heeft mijn spaargeld daarmee te maken? Het antwoord op die laatste vraag is cruciaal. Uw vermogen – uw spaargeld, uw eventuele tweede huis – bepaalt voor een groot deel wat u straks zelf moet betalen voor die Wmo-zorg. Het is niet iets om bang voor te zijn, maar het is wel iets om te begrijpen.

Want weten hoe het werkt, geeft u de controle terug. U weet waar u aan toe bent en kunt plannen.

In dit artikel leggen we, alsof we gezellig aan de keukentafel zitten, uit hoe dat zit met dat vermogen en die eigen bijdrage. We maken het helder, concreet en zonder ingewikkelde termen.

Wat is die eigen bijdrage eigenlijk?

Voordat we over geld praten, eerst een simpele uitleg. De eigen bijdrage is het bedrag dat u zelf betaalt voor de Wmo-ondersteuning die u krijgt.

De Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) is er voor zaken als huishoudelijke hulp, dagbesteding, vervoer of een traplift. De gemeente betaalt niet alles. U betaalt een deel zelf.

Dit werkt via het Centraal Administratiekantoor (CAK). Zij sturen u de rekening.

De reden? De overheid vindt dat iedereen die het kan betalen, een kleine bijdrage moet leveren.

Zo blijft het systeem eerlijk en betaalbaar voor iedereen. Het is niet de bedoeling dat u in de problemen komt. Daarom kijkt de overheid naar uw inkomen én uw vermogen. Het is een soort gedeelde verantwoordelijkheid. U vraagt hulp, en u betaalt daar – als het even kan – een klein deel van mee.

Hoe vermogen uw rekening bepaalt

Hier komt het belangrijkste stuk: het CAK kijkt niet alleen naar uw salaris of AOW. Ze kijken naar uw totale vermogen op 1 januari van het jaar daarvoor.

Stel, u vraagt in 2024 zorg aan. Dan kijken ze naar wat er op 1 januari 2024 op uw spaarrekening stond. Of welk vermogen u had.

Dit vermogen noemen ze 'het verzamelinkomen'. Dit bestaat uit: Uw eigen huis telt voor de Wmo eigen bijdrage dus niet mee! Wilt u weten onder welke wet u valt voor uw hulpmiddel of zorg?

  • Spaargeld en beleggingen (boven een bepaalde vrijstelling).
  • Eventuele overwaarde van een tweede woning (niet de woning waar u zelf woont).
  • Soms een boot of caravan die u verhuurt.

Dat is een geruststellende gedachte. Alleen het 'overige' vermogen speelt een rol. Hoe meer vermogen u heeft, hoe hoger uw eigen bijdrage kan worden. Het is een trapje.

Heeft u bijna niks? Dan betaalt u het minimum.

Heeft u veel spaargeld? Dan betaalt u meer. De gedachte is: als u een flinke spaarpot heeft, kunt u ook meer zelf betalen voor de zorg die u krijgt.

De specifieke bedragen en tarieven

Laten we het concreet maken. De bedragen veranderen elk jaar een beetje. In 2024 ziet de basis er zo uit.

Er is een minimum- en een maximumbedrag dat u per jaar kunt betalen.

Het minimum is ongeveer €20 per maand, dus €240 per jaar. Het maximum ligt op €200 per maand, oftewel €2400 per jaar.

De meeste mensen zitten hier ergens tussenin. Hoe ze dat precies berekenen? Ze kijken naar uw vermogen boven een bepaalde grens.

De 'vrijstelling' is in 2024 ongeveer €15.795 voor een alleenstaande. Als u meer heeft dan dit bedrag, betaalt u een percentage over het meerdere.

Dit percentage is ongeveer 5% van uw vermogen boven die grens. Dat klinkt ingewikkeld, maar het werkt zo: Stel, u heeft €50.000 spaargeld. De vrijstelling is €15.795.

  1. Ze tellen al uw spaargeld en beleggingen bij elkaar op.
  2. Ze trekken de vrijstelling af (bijvoorbeeld €15.795).
  3. Over het resterende bedrag betaalt u 5%.
  4. Dit bedrag delen ze door 12 voor een maandbedrag.

Het meerdere is €34.205. Over dit bedrag betaalt u 5%: €1.710 per jaar.

Dat is €142,50 per maand. Als u deze zorg tegelijkertijd ook met een partner krijgt, werken ze met een hogere vrijstelling (ongeveer €23.795), afhankelijk van uw specifieke zorgprofiel en zorgzwaarte.

De percentages en bedragen zijn een indicatie. Het exacte bedrag hangt ook af van uw inkomen. Het CAK rekkt het voor u uit.

Wat als het te duur wordt?

Voelt dit bedrag als een molensteen om uw nek? Dat kan. Zeker als u net boven die grens uitkomt.

De zorg die u krijgt, is dan opeens heel duur. Maar er zijn manieren om hiermee om te gaan.

Allereerst is er de 'hardheidsclausule'. Dit is een regel voor mensen die in een heel moeilijke financiële situatie komen door de eigen bijdrage. Als het echt niet gaat, kunt u bij het CAK een verzoek indienen om de bijdrage te verlagen.

U moet dan wel bewijzen dat u het echt niet kunt betalen. Een andere optie is om te kijken naar uw vermogen. Het klinkt misschien gek, maar soms is het slimmer om een deel van uw spaargeld te gebruiken. Bijvoorbeeld voor een groot hulpmiddel dat u nodig heeft.

Als u een traplift koopt, bijvoorbeeld voor €4.000, dan daalt uw vermogen.

Het jaar erop betaalt u dus minder eigen bijdrage. U kunt ook overwegen om een schenking te doen aan uw kinderen, als dat verantwoord is. Dit zijn opties die u met uw financieel adviseur kunt bespreken.

Praktische tips om grip te krijgen

U voelt zich nu misschien een beetje overweldigd. Dat is logisch. Het is ook veel informatie.

Maar u bent niet machteloos. Er zijn een aantal concrete dingen die u kunt doen om de financiële kant van uw zorg te managen. Zo voorkomt u vervelende verrassingen en houdt u zelf de touwtjes in handen.

  1. Check uw vermogen op tijd. Kijk op 1 januari wat er op uw rekeningen staat. Weet u hoeveel het is? Dan weet u ongeveer wat u kunt verwachten.
  2. Vraag een schatting aan. Voordat u een Wmo-traject ingaat, kunt u bij het CAK of de gemeente informeren naar een inschatting van de kosten. Zo komt u niet voor verrassingen te staan.
  3. Bewaar alle papieren. De post van het CAK kan ingewikkeld zijn. Bewaar alle brieven en de beschikkingen. Als u het niet snapt, bel ze dan. Ze zijn er om u te helpen.
  4. Geef veranderingen door. Verandert er iets in uw financiële situatie? Bijvoorbeeld door een erfenis of een verkoop? Geef dit meteen door aan het CAK. Te veel betalen is ook zonde.
  5. Overweeg hulp van een expert. Bent u niet zo handig met cijfers? Vraag hulp aan uw kinderen of kleinkinderen. Of neem contact op met de ouderenbond of een onafhankelijk budgetconsulent.

Het gaat erom dat u weet wat er speelt. De eigen bijdrage is een onderdeel van de zorg, niet iets om bang voor te zijn.

Met deze kennis kunt u goede keuzes maken. Overleg met uw omgeving, kijk naar uw mogelijkheden en zorg dat u de zorg krijgt die u nodig heeft, op een manier die voor u werkt. Duidelijke communicatie en goede zorg gaan hand in hand; u staat er niet alleen voor.

Portret van Redactie SZNL, Redactie
Over Redactie SZNL

Expert content over seniorenzorg ouderenzorg thuiszorg hulpmiddelen

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Wetgeving, WMO & Financiering
Ga naar overzicht →