Wet zorg en dwang (Wzd): Wat betekent dit voor thuiswonende ouderen?
Een verpleegkundige van de thuiszorg staat in de woonkamer. Ze ziet dat mevrouw Jansen, 82 jaar, verward is en dwingt haar om medicijnen in te nemen. Mevrouw Jansen wil dit niet. Mag dat zomaar?
Dit is precies de situatie waar de Wet zorg en dwang (Wzd) voor bestaat.
Het is een complexe wet, maar hij raakt jou of je ouders direct. Het gaat over de moeilijkste balans die er is: de veiligheid en gezondheid van een oudere versus het recht om zelf te beslissen.
Thuiswonende ouderen vallen onder deze wet, net als mensen in een verpleeghuis. Het is dus essentieel om te weten wat dit betekent voor de dagelijkse zorg aan huis.
Wat is de Wet zorg en dwang (Wzd) precies?
De Wet zorg en dwang is de wet die regelt wat er mag gebeuren als iemand met dementie of een ernstige verstandelijke beperking niet meer in staat is om zelf te beslissen over zijn of haar zorg.
De kern van de wet is simpel: dwang is altijd het allerlaatste middel. Je grijpt alleen terug op dwang als er echt geen andere oplossing is om ernstig letsel of een acuut gevaar voor de gezondheid te voorkomen. De wet heet officieel Wet zorg en dwang, maar veel mensen kennen hem nog als Wet BOPZ (Wet bijzondere opneming psychiatrische patiënten), hoewel de Wzd breder is. Thuiswonende ouderen met dementie vallen onder de Wzd.
Dit betekent dat zowel de professionele thuiszorg (zoals Thuiszorg van ZuidZorg of Buurtzorg) als de mantelzorger zich aan deze regels moeten houden. Stel je voor dat je vader met dementie ’s nachts wil vertrekken omdat hij denkt dat hij naar zijn werk moet, terwijl hij hartfalen heeft en eigenlijk in bed moet blijven. De Wzd geeft dan een kader om hem veilig te houden, maar verbiedt om hem zomaar op zijn kamer op te sluiten of met medicijnen te kalmeren zonder een specifiel traject.
De kern: het zorgplan en de gedwongen zorg
Het hart van de Wzd is het zorgplan. Als er sprake is van onvrijwillige zorg (dus zorg waar de oudere niet mee instemt, of niet meer kan instemmen), dan móét dit vastliggen in een zorgplan.
Dit plan maakt de zorgverlener samen met de oudere en de familie. Hierin staat precies wat er gaat gebeuren, waarom het nodig is, en welke minder ingrijpende alternatieven zijn geprobeerd. Denk aan onvrijwillige zorg die ingrijpt op de bewegingsvrijheid, zoals het plaatsen van een hekje bij de trap of het vastmaken van een rolstoel. Maar ook het toedienen van medicijnen tegen de wil in valt hieronder.
De werking is strikt. Voordat er sprake mag zijn van onvrijwillige zorg, moet er eerst een geneesheer-specialist (bijvoorbeeld een ouderengeneeskunde of psychiater) worden ingeschakeld.
Die arts moet de situatie beoordelen en de onvrijwillige zorg officieel voorschrijven.
Dit is niet vrijblijvend. De arts moet periodiek (meestal na 3 tot 6 maanden) opnieuw beoordelen of de dwang nog steeds nodig is. De familie en eventuele wettelijk vertegenwoordigers (zoals een mentor of bewindvoerder) moeten hierover worden geïnformeerd en hebben inspraak.
Zij mogen altijd bezwaar maken. Een veelvoorkomend scenario is de oudere die vaak valt.
Praktijkvoorbeeld: de valrisico’s
De thuiszorg adviseert een valbeugel op het bed of een alarmsysteem dat afgaat bij beweging. De oudere vindt het vreselijk en wil het niet. Volgens de Wzd mag je niet zomaar een valbeugel installeren.
Eerst moet er worden gekeken naar alternatieven: is het bed lager maken een optie?
Kan de vloer bedekt worden met zachte matten? Pas als dit niet werkt en het letselgevaar reëel is, mag de arts beslissen tot het plaatsen van de beugel. Het is dus een zorgvuldig proces van observeren, overleggen en vastleggen.
Wie beslist? De rol van de wet en de familie
Bij de Wzd draait het om drie partijen: de oudere, de zorgverlener en de familie/mantelzorger, waarbij ook de indicatie en zorgzwaarte een belangrijke rol spelen.
De oudere heeft altijd het recht om zo veel mogelijk mee te beslissen, zolang dat kan. Als dat niet meer kan, komt de wettelijke vertegenwoordiger in beeld.
Dit is vaak een kind dat een volmacht heeft of een mentor die door de kantonrechter is aangesteld. Deze persoon moet de wil van de oudere vertegenwoordigen, gebaseerd op wat diegene vroeger wilde. De zorgverlener mag nooit zomaar dwingen; hij of zij moet de beslissing van de wettelijk vertegenwoordiger respecteren, tenzij er sprake is van een crisissituatie. Er is een speciale rol voor de Wzd-functionaris in grote zorgorganisaties.
Dit is een onafhankelijke persoon die toezicht houdt op alle gevallen van onvrijwillige zorg.
Hij of zij controleert of het zorgplan klopt en of alle stappen zijn gevolgd. Thuiszorgorganisaties zoals Amstelring of Cordaan hebben deze functionaris in dienst. Als familielid kun je bij hem of haar terecht als je vindt dat er te snel wordt overgegaan op dwang.
Dit is een belangrijke waarborg. De Wzd kent een specifieke klachtenregeling.
De juridische stappen
Ben je het oneens met de onvrijwillige zorg? Dan kun je in eerste instantie terecht bij de klachtencommissie van de zorgaanbieder.
Ben je het daarmee eens? Dan is er de Geschilleninstantie Wzd. Dit is een onafhankelijke instantie die een bindende uitspraak doet.
Dit loopt via geschilleninstanties zoals de Geschilleninstantie Zorg. Dit is gratis voor de klager. Bij vragen over erfbelasting en zorgkosten kun je ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) inschakelen als je denkt dat er sprake is van onveilige situaties of misstanden.
Wat betekent dit voor de thuiszorg en mantelzorg?
Voor de thuiszorg verandert er veel. De zorgverleners moeten veel administratie doen.
Ze moeten alles wat ze doen wat onder dwang valt, vastleggen in het zorgdossier.
Denk aan het toedienen van medicijnen via de maagsonde als de oudere dit weigert, of het weren van de oudere uit de keuken omdat hij het gasfornuis per ongeluk aan laat staan. De zorgverlener moet elke dag de afweging maken: is dit nog nodig? Kan het anders? Voor mantelzorgers is het soms frustrerend.
Je ziet je moeder gevaarlijke situaties creëren, maar je mag haar niet zomaar tegenhouden. De Wzd dwingt je om eerst te praten met de huisarts of de casemanager.
Misschien is er medicatie nodig die rust geeft, of kan er een professionele zorgverlener ingeschakeld worden die de situatie kan overzien. De wet stimuleert om creatief te zoeken naar oplossingen die niet ingrijpen op de vrijheid. Denk aan het aanpassen van het huis met speciale hulpmiddelen (zoals een traplift van ThyssenKrupp of een aangepaste badkamer) in plaats van het personeel te laten vasthouden.
Praktische tips voor ouderen en hun families
De Wzd voelt zwaar, maar je kunt je erop voorbereiden. Hier zijn concrete stappen die je nu kunt nemen:
- Regel een volmacht en wilsverklaring: Zorg dat je (als je ouder bent) of je ouders een goede volmacht hebben vastgelegd bij de notaris. Daarin kan men aangeven wat te doen bij dementie. Ook een wilsverklaring over zorg en dwang is cruciaal. Hierin staat: "Ik wil geen dwang, tenzij..."
- Download de Wzd-app: Er bestaan apps, bijvoorbeeld van de Patiëntenfederatie of zorgverzekeraars, die helpen bij het bijhouden van afspraken en rechten. Houd het overzichtelijk.
- Vraag om een zorgplan op maat: Als je te maken krijgt met onvrijwillige zorg, eis dan een gesprek met de zorgverlener en de arts. Vraag expliciet: "Welke alternatieven hebben jullie al geprobeerd?" en "Wat is het doel van de maatregel?"
- Ken de Wzd-functionaris: Vraag bij de thuiszorgorganisatie wie deze persoon is. Sla dit nummer op in je telefoon. Het is je onafhankelijke aanspreekpunt.
- Check de verzekering: Hulp bij het aanvragen van Wzd-begeleiding of juridische hulp kan soms vergoed worden via de aanvullende verzekering of de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Check dit bij je zorgverzekeraar.
De Wet zorg en dwang in de thuissituatie is er niet om het leven moeilijker te maken, maar om de waardigheid van de oudere te beschermen.
Het dwingende karakter zorgt ervoor dat zorgverleners en families echt nadenken voordat ze ingrijpen. Het is een stukje rust voor de oudere: weten dat er niet zomaar over hun hoofd wordt beslist. En dat is precies wat we willen voor onze ouderen thuis.
